Eikenhouten preekstoel anno 1604.
Eikenhouten preekstoel anno 1604.

Wandschildering in het hoofdkoor.
Wandschildering in het hoofdkoor.

Sacramentsnisje uit de 15e eeuw.
Sacramentsnisje uit de 15e eeuw.




De Geerteskerk

In de loop van de jaren zijn er diverse publicaties verschenen over de stichting en de verdere geschiedenis waaronder de restauraties, van het huidige kerkgebouw. Van deze bronnen hebben wij dan ook dankbaar gebruik gemaakt.

Mat. Smalleganges schrijft in zijn Cronyck van Zeeland: “Het dorp alhier is een seer voortreffelijke aesienlijke plaats, hebbende een groote schoone Kerk met een hoog dikke Tooren, een breed en wijds Plein en daer rontom vele fraaije Huisen, gelijk noch mede in verscheidene achterstraten.”

De voorlopige lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Deel VI der Provincie Zeeland (1922) meldt het volgende: “De Ned. Hervormde Kerk is een baksteenen kruiskerk(XVla) met toren (XVa), koor (±1300), noordelijke bijkoor (±1300) en sacristie aan de zuidzijde(VXLa). Gerestaureerd door F. G. C. Rothuizen in 1913. Schip van vier traveeën met spitsboogvensters en slecht weinig uitspringende beeren, waterlijst en plint. Toren (XVa) van vier geledingen en bergstenen plint met zwaar geprofileerde boognis over de eerste en de tweede geleding, ter halver hoogte van baksteen met bergstenen banden en ter halver hoogte van bergsteen. In deze nis een dubbele ingang met korfbogen en daarboven een gedicht venster met spitsboog. De derde geleding heeft twee spitsbogen en de vierde spitsbogige galmgaten. Voorts wordt gewezen op de balustraden van bergsteen, de achtkante spits en de aangebouwde achtkante traptoren. In de kerk treffen we verder aan een eikenhouten preekstoel met boogpanelen (1604), een doophek uit het begin van de XVIIe eeuw, een twee-lichtsblaker en een doopbekkenhouder (XVII). Twee koperen kronen dateren uit de XVIIe eeuw.”

De overige in het gebouw aanwezige kronen zijn van recentere datum. Ir. P.J. ’t Hooft schrijft in “Dorpen in Zeeland”(1946) over de geweldige massale kerk met de steunberen in baksteen afgewisseld met grote blokken witten bergsteen en hoog daar bovenuit de toren. Dan bezingt hij de berceau en het schone kerkhof.
De heren T. van Stralen en B. Oele beschreven de historie van de Kloetingse Geerteskerk in 1973 naar aanleiding van de restauratie van 1970-1973 en het toen door het R.O.B. ingestelde bodemonderzoek. In deze verantwoording wordt gesteld dat rond 1050 de omstandigheden van dien aard waren dat men zich permanent in deze streek kon vestigen. De eerste Kloetelingen woonden op een kloet of kleut van zeer taaie schorreklei beschermd door een laag dijkje van geringe omvang.
Het is mogelijk dat het eerste houten kerkje omstreeks 1100 gebouwd werd. Tijdens het onderzoek konden helaas geen restanten gevonden worden.
Na het jaar 1000 vond er een grote bevolkingstoename in deze streken plaats die zijn oorzaak vond in de voorhanden zijnde uitgestrekte vruchtbare kleivlakten. Hierdoor nam de welvaart toe en zo werd het mogelijk om een bakstenen kerk te bouwen. Het was tussen 1275 en 1300 dat het Noordelijkbijkoor en het Hoofdkoor gebouwd werden. Jammer dat door het geleidelijk ophogen van de terp het oorspronkelijke basement 75 cm onder de huidige vloer zit.

Verder komen beschrijvingen voor in “de Kleine Kerkklok”van rond 1940, in het “Gemeente nieuws”van Kloetinge rond 1950 en in de Gemeentegids van Kloetinge. Verder verwijzen wij naar de geschiedenis beschrijving van Kloetinge door Jan Weststrate in zijn boekje “Kloetinge van vroeger”d.d. 1980.

Eveneens recent vinden wij in het boekwerk “Langs de oude Zeeuwse kerken”geschreven door o.a. Carel van Tyijl van Serooskerke 1975 een uitstekend overzicht. Wij lezen daar o.a. dat tegen het einde van de 13e eeuw een bakstenen kerk werd gebouwd. Ook deze bron deelt mede dat beide koren het oudste deel uitmaken. Deze koren staan met elkaar in verbinding door twee scheibogen die op een door Doornikse steen gebouwde zuil met knopkapiteel rusten. Dit is het enige in Zuid-Beveland bekende voorbeeld van de late Scheldegotiek.

Het hoofdkoor is volgens de regels van de Zeeuws Vlaamse baksteen gotiek opgetrokken. Op het bovenstede deel van de noordwand van dit koor werd een wandschildering aangetroffen. Wat het O.L.V.-koor betreft wijzen we op een zeer bijzonder venster wat in de literatuur de aandacht heeft getrokken. Het is een uit een grote cirkel en vier kleine cirkels samengesteld raam dat in de tweede helft van de 14e eeuw werd aangebracht. Zie hiervoor “Vensters”van H. Janse, 1977. Overigens heeft het O.L.V.-koor een ziende kap.

Tegen de zuidgevel van het hoofdkoor stond aanvankelijk een sacristie. Deze werd kort na 1500 afgebroken en vervangen door de huidige consistorie. Hier wordt onze aandacht gevestigd op de gebeeldhouwde kraagstenen van het 16e eeuwse gewelf die versierd zijn met engelen die de lijdensattributen dragen.
Tijdens het graafwerk in het hoofdkoor werd een grafkelder aangetroffen waarin een bakstenen sarcofaag stond (midden 14e eeuw). Deze sarcofaag was aan de binnenzijde beschilderd o.a. met het motief van de Franse lelie.

In het Hoofdkoor lette men op het 15e eeuwse sacramentsnisje. Met de bouw van het schip ving men aan omstreeks 1350. Het moest een driebeukig schip worden. Dit plan kon niet volvoerd worden. Mogelijk kwamen er financiële problemen. Er kwam een triomfboog en er werden kolomfunderingen aangelegd. Deze liggen nog onder de wandelpaden in de preekkerk. Zo werd het een eenbeukig schip. De steunberen van het aanvankelijk geplande driebeukig schip werden in de muren ingebouwd. De transepten zijn kort na de bouw van het schip ontstaan. Rond 1525 moet de kerk haar huidige vorm gekregen hebben. Daarbij merken we op dat de toren aanvankelijk los van de kerk stond. In het begin van de 16e eeuw werd het schip naar het westen verlengd en met de toren verbonden.
In de preekkerk vragen de apostelbeeldjes en de fratsenkoppen de aandacht.

De twee Herenbanken dateren respectievelijk uit 1624 en 1770. de oudste is de z.g. Wetsbank die bestemd was voor het gemeentebestuur. De ander bank is die voor de Ambachtsheerlijkheid. Wat de fraaie toren betreft nog het volgende:
Het is een gotisch bouwwerk met een uitgesproken Brabantse invloed. Ze dateert uit het midden van de 15e eeuw. Een ingemetselde gedenksteen met het jaartal 1594 herinnert aan een omvangrijk herstel. Mogelijk heeft de toren schade opgelopen toen in 1572 de huizen rond de kerk zijn afgebrand.

Voorts bergt de toren drie luidklokken. De zwaarste klok dient voor de tijdsaanduiding. De kleinste klok luidt om 08.00 uur, om 12.00 uur en om 18.00 uur ter indeling van de dag. De middelste klok stond ter beschikking van de kerk voor het aankondigen van de erediensten. Samen geven ze op hoogtijdagen een fraai driegeluid namelijk d-fis-a. De toren werd het laatst gerestaureerd in 1956. In 2004 heeft de toren een onderhoudsrestauratie ondergaan en daarmee is ook dit juweel weer beeldbepalend voor het dorp Kloetinge.

Tenslotte nog het kerkelijk vaatwerk. De kerk bezit vier zilveren bekers met gegraveerd wapen van Kloetinge (XVIIIc). Keuren: Middelburg, S en anker tusschen A en I. Deze bekers zijn van de hand van de zilversmid Anthonie Janse (1755-1823) uit Middelburg. Voorts drie zilveren ovale schotels. Keuren: Middelburg, C. en C. Tevel (1763-1820) zilversmeden te Middelburg. Een zilveren doopbekken, empirestijl (XIX a). Samengesteld door A. J. Blok.
In 2003 is een boek verschenen over de Geerteskerk te Kloetinge waarin veel informatie, maar ook leuke anekdotes staan.
De Geerteskerk te Kloetinge, ijkpunt in de dorpsgemeenschap / G.J. Lepoeter – Goes: Heemkundige Kring De Bevelanden. ISBN: 90 70298 24 4

Bezichtiging van de kerk.

Dat kan, zie onder rubriek "Kerk Open".


  Gemeente rond de Geerteskerk Kloetinge.
Contact